Ga verder naar de inhoud

Bomenzand SB250

In het standaardbestek 250 van het Agentschap Wegen en Verkeer zijn verschillende vereisten opgenomen voor bomenzand. Het analysepakket “bomenzand SB250” omvat de parameters waarvoor vereisten zijn opgenomen in het standaardbestek zodat deze hieraan getoetst kunnen worden.

Geanalyseerde parameters

  • Granulometrie 7 fracties (5 zandfracties, leem, klei)
  • Organische stof
  • Zuurtegraad (pH-KCl)
  • Plantbeschikbare fosfor (P), kalium (K), magnesium (Mg), calcium (Ca) en natrium (Na)
  • Geleidbaarheid (EC)
  • Zuurstofconsumptie (Oxitop)
  • Fytotoxiciteit (kiemremming)
  • Chloridegehalte
  • M50
  • D60/D10
  • Massafractie >32 mm, 16-32 mm, 4-16 mm en <4 mm

Toepassing

Voor het toetsen van bomenzand aan de vereisten opgelegd in standaardbestek 250 bij grondverzet, aanleg van parken, andere openbare werken, …

Doorstroomtijd

De normale doorstroomtijd is 10 werkdagen na aankomst van het staal op de BDB. Naar gelang de variabele seizoenale drukte, interne kwaliteitscontrole of gekozen supplementen kan de doorstroomtijd afwijken.

BDBnet

Volg de voortgang van uw analyse in het laboratorium of raadpleeg al uw analyseverslagen en facturen via BDBnet. Meer info op

Meer Analysepakketten

Garden 1176406 1280

Potgrondanalyse

Bodems en potgrond
Voor potgrondanalyses biedt de BDB 2 analysemethodes aan: 1/5 potgrondanalyse: referentiemethode specifiek voor de sierteelt (azalea,…
Staalname3

KEMA

Bodems en potgrond
KEMA is de basis voor het bijsturen van de bekalking en de bemesting van glastuinbouwteelten in grond en voor intensieve tuinbouwteelten…
Hoofding p F

pF-curve of bodemvochtretentiekarakteristiek

Bodems en potgrond

De hoeveelheid bodemvocht die beschikbaar is voor een plant wordt bepaald door drie bodemkarakteristieken: de doorwortelbaarheid, de mogelijke capillaire nalevering uit de ondergrond, en in het bijzonder de bodemvochtretentiekarakteristiek. De vochtretentiecurve, of ook pF-curve, duidt het verband aan tussen het bodemvochtgehalte en de zuigspanning (of ook bodemwaterpotentiaal) van de bodem.